Meester of leerling. Ik denk nog weleens aan die middag toen ik nog voor de klas stond. De school was bijna leeg. De kinderen waren naar huis en op de gang hoorde ik alleen nog het geluid van een deur die ergens dichtviel. Ik was bezig mijn spullen op te ruimen toen ik merkte dat één van de jongens nog in de klas zat. Hij zat achter zijn tafeltje en keek naar zijn schrift. „Ga je niet naar huis?” vroeg ik. Hij haalde zijn schouders op. Ik liep naar hem toe en ging naast hem zitten. Er lag een som voor hem waar hij niet uitkwam. Ik legde het nog een keer uit. Hij knikte. Toen nog een keer. Weer knikte hij. Maar ik zag aan zijn gezicht dat hij het nog steeds niet begreep. Opeens schoof hij zijn schrift van zich af. „Meester, ik kan het niet.” Ik wilde bijna zeggen: Jawel, probeer het nog eens. Dat had ik zo vaak gezegd. Maar deze keer zei ik niets. Want terwijl ik naast hem zat, dacht ik ineens aan mezelf. Hoe vaak had ik niet hetzelfde gezegd? Niet hardop misschien. Niet in een klaslokaal. Maar wel in mijn hart. Heere, ik kan het niet. Ik moest denken aan momenten waarop ik zelf geen antwoord wist. Aan gebeden waarin ik niet verder kwam dan een paar woorden. Aan zorgen die ik probeerde op te lossen terwijl ik wist dat ik ze niet kon dragen. En opeens zag ik die jongen anders. Hij was mijn leerling, maar ik ben zelf ook een leerling. „Weet je,” zei ik tegen hem, „je hoeft niet alles in één keer te kunnen.” Hij keek op. „Niet?” „Nee. Daarvoor kom je juist op school. Om te leren.” Hij glimlachte een beetje. En terwijl ik dat tegen hem zei, moest ik denken: zou ik dat zelf ook niet veel vaker moeten geloven? Want ook wij mogen leerling zijn. We hoeven niet alles te begrijpen wat de Heere doet. We hoeven niet vooruit te weten hoe onze weg zal lopen. We hoeven zelfs niet altijd te weten hoe we morgen verder moeten. Soms is het genoeg om vandaag de volgende stap te zetten. Ik vertelde hem dat. Niet als meester die het allemaal wist. Maar als iemand die zelf ook moet leren. Leren vertrouwen, leren wachten, leren bidden. Leren dat de Heere niet alleen een God is Die ons iets wil leren, maar ook een Vader is Die Zijn kinderen vasthoudt wanneer het leren niet lukt en ze niet weten hoe het verder moet. De jongen pakte zijn potlood weer op. „Zullen we het nog een keer proberen?” vroeg hij. „Ja,” zei ik. En samen begonnen we opnieuw. Die middag ging ik naar huis met een les die niet in mijn lesboek stond. Een les voor mezelf. Ik mag meester zijn maar ook leerling blijven. En misschien is dit uiteindelijk wel de plaats waar een mens het meeste leert: aan de voeten van de Meester, zoals Maria deed. Daar waar we mogen zeggen: Heere, leer mij Uw weg. Niet alleen leer mij wat ik moet weten. Maar leer mij U te kennen. Leer mij U te vertrouwen. Leer mij U te volgen. En wanneer ik het niet begrijp, leer mij dan toch vol te houden. Stap voor stap. Aan Uw hand.
Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad