De mier en de olifant. Op een warme morgen liep een kleine mier over een stoffig bospad. Voor haar leek elke grasspriet een boom en elke kiezel een berg. Soms vroeg ze zich af of haar kleine leven eigenlijk wel betekenis had. Terwijl ze daarmee bezig was, begon plots de grond te trillen. Langzaam kwam een grote olifant aanlopen. Zijn schaduw viel over de mier heen. Wat ben jij groot, zuchtte de mier. Als ik jou zie, voel ik me zo klein. Jij kunt bomen opzij duwen en rivieren oversteken. Ik kan nauwelijks een zaadje dragen. De olifant bleef stilstaan en keek vriendelijk naar beneden. Dat is waar, zei hij. Maar weet je wat ik bewonder aan jou? Jij doet trouw wat je te doen krijgt. Elke dag weer. Zonder dat iemand je ziet. De mier keek verrast op. Ik dacht dat alleen grote daden telden. De olifant schudde zijn kop. Nee. In Gods Koninkrijk wordt niet gemeten met de maat van grootte, maar met de maat van trouw. Hij ziet niet alleen wat mensen opvalt, maar ook wat in stilte gebeurt. Even was het stil. De zon scheen door de bladeren en een zacht briesje streek langs het pad. De mier glimlachte. Dan mag ik dus gewoon een mier zijn. Precies, antwoordde de olifant. En ik mag gewoon een olifant zijn. God vraagt niet van jou dat je wordt zoals ik. Hij vraagt alleen dat je Hem volgt met de gaven die Hij jou heeft gegeven. Samen liepen ze verder, ieder in zijn eigen tempo. De olifant zette grote stappen, de mier kleine. Toch gingen ze dezelfde kant op. Zo is het ook in de gemeente van Christus, ook in Brandwijk. De één draagt veel verantwoordelijkheid, de ander verricht onopvallende taken. De één spreekt voor velen, de ander bidt in stilte. Maar voor God is niemand te klein om van betekenis te zijn. Hij kent ieder bij naam en gebruikt ieder op zijn eigen plaats. “Wie trouw is in het minste, is ook trouw in het grote.” (Lucas 16:10)
Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad