Skip to content

Ten slotte

Hoog boven de bergen zweefde een arend. Zijn vleugels sneden moeiteloos door de lucht, gedragen door de wind die hij zelf niet maakte, maar wel vertrouwde. Vanuit de verte leek hij vrij, sterk en verheven boven alles wat op de aarde leefde. Beneden, tussen de rotsen, zat een jonge arend op de rand van het nest. Hij keek omhoog naar de majestueuze vogel en verlangde ernaar om net zo te vliegen. Maar tegelijk knaagde er iets: angst. Want om te kunnen vliegen, moest hij eerst springen. Zijn moeder stond naast hem en zei zacht: “Je bent gemaakt om te vliegen, maar je zult het pas weten als je durft te vallen.” De jonge arend begreep het niet. Vallen voelde als falen. Als verlies van controle. Als gevaar. Waarom zou hij zich overgeven aan iets dat hem kon breken? Dagen gingen voorbij. De wind bleef waaien. De lucht bleef roepen. Maar de arend bleef zitten. Tot op een dag de moeder hem zachtjes maar vastberaden uit het nest duwde. In paniek sloeg hij met zijn vleugels. Hij viel. Dieper en sneller dan hij ooit had gedacht. De grond kwam dichterbij. Zijn hart bonsde. Dit was het einde, dacht hij. Maar juist daar, in die val, gebeurde iets wonderlijks. Zijn vleugels vingen de wind. Niet omdat hij zo sterk was, niet omdat hij alles onder controle had, maar omdat de wind er al was. Hij hoefde hem niet te maken. Hij hoefde hem alleen toe te laten. En ineens… droeg de lucht hem. Hij steeg op. Zo is het ook in ons geloofsleven. Wij willen vaak vliegen zonder te vallen. Sterk zijn zonder zwakheid. Vertrouwen zonder overgave. Maar de weg van God is anders. Hij nodigt ons niet uit tot controle, maar tot vertrouwen. Soms voelt het alsof we vallen, wanneer zekerheden wegvallen, wanneer gebeden anders worden verhoord dan we hoopten, wanneer we geen grond meer onder onze voeten voelen. Maar juist daar, in die diepte, leert de ziel iets wat op veilige hoogte nooit geleerd wordt: Dat Gods genade als de wind is. Altijd aanwezig. Altijd dragend. Maar pas werkelijk ervaren wanneer wij ons eraan toevertrouwen. De arend moest vallen om te leren vliegen. En wij moeten soms loslaten om te leren geloven. “Want wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.” (Mattheüs 16:25) Misschien sta jij vandaag op de rand van jouw “nest”. Misschien voel je de spanning tussen vasthouden en loslaten. Weet dan dit: je valt nooit buiten Gods bereik.
Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad