Mijn Kinderen
Ik kan mijn kind’ren het geloof niet geven.
Genade zit niet bij de erfenis.
’t Gebed voor hen is mij nog slechts gebleven,
dat ik in Uw rijk straks geen kind’ren mis.
Ik kan mijn kind’ren het geloof niet geven.
Dus pleit ik dag’lijks, Heer, op Uw verbond.
U was er bij de aanvang van het leven
en toen U vol genade bij hun doopvont stond.
U hebt beloofd: Ik wil voor altijd je Vader zijn.
Ik weet niet of ze nog Uw kind’ren willen wezen.
Dat is, o grote God, mijn twijfel en mijn pijn.
Ze leven dikwijls bij U weg naar ik moet vrezen.
Vader, ik wil voor al mijn kind’ren vragen
En buig mijn knieën voor U elke dag:
Wilt U ze in Uw groot erbarmen dragen.
Bewaar ze dicht bij U tot aan hun laatste dag.
Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad