De slang en het Lam. Er zijn dieren die we liever op afstand houden. De slang is daar één van. Alleen al haar geruisloze beweging roept bij velen een gevoel van onbehagen op. De slang brengt in de Bijbel het kwaad en de verleiding in herinnering. In het paradijs verleidde zij de mens om God niet langer te vertrouwen. Ook vandaag probeert de oude slang ons van de Heere en Zijn Woord af te trekken. We herkennen dat niet alleen bij anderen, maar ook in ons eigen hart: twijfel, hoogmoed, ongehoorzaamheid en zonde. Toch liet God de mens niet aan zichzelf over. Al in het paradijs beloofde Hij dat het Zaad van de vrouw de kop van de slang zou vermorzelen. Die belofte wordt vervuld in Jezus Christus, het Lam van God. Johannes de Doper wijst Hem aan als Degene Die de zonde van de wereld wegneemt. Het Lam geeft op Golgotha Zijn leven tot verzoening van verloren zondaren. Wat een tegenstelling: de slang brengt de dood, maar het Lam brengt het leven. Daarom mogen wij in de strijd tegen zonde en twijfel niet blijven kijken naar onszelf of naar de macht van het kwaad, maar op Christus zien. In Hem is vergeving, kracht en hoop. En in Hem geldt de belofte dat ‘de God van de vrede de satan spoedig onder uw voeten zal verpletteren´ (Rom. 16:20). Met de Heere kunnen wij de aanvallen van de boze afslaan, hem verslaan. De Bijbel eindigt met het Lam op de troon. Hij heeft overwonnen en de slang zal definitief worden geoordeeld. Daarom mogen wij vertrouwen op Zijn overwinning, Zijn Woord volgen en onze kinderen daarin opvoeden.
Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad