Skip to content

Ten slotte

Eén koffer. Net terug van een prachtige rondreis door Noorwegen bleef mij iets heel opmerkelijks bij: we hadden maar één koffer per persoon bij ons en dat was genoeg. Tijdens de voorbereiding kregen we van de reisleiding te horen dat één koffer en een handtas was toegestaan. Dat lukt nooit, dacht ik. Wat moet je immers allemaal meenemen voor zo’n reis? Je gaat nadenken. Hoeveel broeken heb ik nodig? Hoeveel shirts? En wat als het koud wordt of regent? Je wilt voorbereid zijn op alles. Maar een koffer heeft nu eenmaal beperkte ruimte. Alleen het hoogstnodige kan mee. Toen ik uiteindelijk mijn keuze had gemaakt, bleek de koffer toch niet dicht te kunnen. Mijn vrouw moest eraan te pas komen. Na enig overleg en wat opnieuw schikken lukte het uiteindelijk toch. En zo gingen we op reis: leven uit één koffer. Achteraf bleek het allemaal prima te gaan. Sterker nog: we hebben niet eens alles gebruikt wat we hadden meegenomen. Blijkbaar hadden we meer bij ons dan we werkelijk nodig hadden. Misschien is dat wel een mooie les. Wij zijn geneigd om veel mee te nemen in het leven. We verzamelen niet alleen spullen, maar we bewaren en bewaren want je weet maar nooit… We willen graag voorbereid zijn op alles wat op ons pad kan komen. Maar hoeveel hebben we werkelijk nodig? Het doet me denken aan die toerist die in Polen een bezoek bracht bij een rabbi. De rabbi woonde in een eenvoudige kamer met veel boeken. Meubels had hij echter nauwelijks. In zijn kamer stonden zeggen en schrijven één tafel en één stoel. Rabbi, zei de bezoeker verbaasd rondkijkend, waar zijn uw meubels? Op zijn beurt keek de rabbi zijn bezoeker ernstig aan en stelde hem precies dezelfde vraag: waar zijn uw meubels? O, luidde het antwoord. Ik ben hier maar even, ik ben op reis. Ik ook, zei de rabbi, op doorreis… Op reis ontdekten we dat één koffer genoeg was. Misschien mogen we ons ook in het dagelijks leven vaker afvragen: wat heb ik werkelijk nodig? Uiteindelijk is het niet de hoeveelheid die we meenemen die de reis waardevol maakt, maar met Wie we onderweg zijn en waarnaartoe. En het is misschien ook wel goed om regelmatig te bedenken dat we pelgrims zijn…
Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad