Met grote letters stond het in de krant: ‘Straat van Hormuz afgesloten.’ Meteen gaan de gedachten uit naar de gevolgen: economische onzekerheid, stijgende olieprijzen, oplopende spanningen tussen landen, wederzijdse bombardementen en de vraag hoeveel mensenlevens dit conflict nog zal kosten. Een afgesloten doorgang kan de hele wereld in beroering brengen. De Bijbel spreekt ook over een afgesloten weg. Na de zondeval werd de toegang tot het paradijs gesloten. Een engel met een vlammend zwaard bewaakte de ingang. Voor de mens leek de weg naar God voorgoed versperd. Door onze zonden konden wij niet meer terugkeren in Zijn nabijheid. Maar God liet het daar niet bij. Hij opende Zelf een nieuwe weg. Daarvoor was niet een politieke beslissing of een militaire interventie nodig, maar één offer: het offer van Zijn eigen Zoon, de Heere Jezus Christus. Aan het kruis droeg Hij de schuld van allen die op Hem vertrouwen. Door Zijn sterven en opstanding heeft Hij de weg tot de Vader geopend. Temidden van een wereld vol onrust, dreiging en afgesloten straten, klinkt daarom het Evangelie als een boodschap van hoop. Er is een geopende Weg. De Heere Jezus zegt: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij’ (Johannes 14:6). Die weg staat open voor ieder die in Hem gelooft. Wat een rijke troost dat, hoe onzeker de wereld ook is, de toegang tot Gods Koninkrijk niet afhankelijk is van de machten van deze aarde, maar rust op het volbrachte werk van Christus. Wie Hem volgt, mag weten dat de weg naar het eeuwige leven openligt. Moge deze blijde boodschap ons hart vervullen met hoop en ons aansporen om dagelijks onze toevlucht te nemen tot Hem, Die de Weg heeft gebaand.
Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad