Skip to content

Meditatie Lukas 18:10

Kijken en vergelijken

Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één was een Farizeeër en de ander een tollenaar. – Lukas 18:10

We vergelijken ons vaak met anderen. Maar waarom doen we dat toch? Soms uit jaloezie: wat die ander heeft of kan zou je ook willen hebben of kunnen. Maar vaak vergelijken we onszelf met anderen uit onzekerheid en/of in de hoop dat we ons beter zullen voelen over onszelf.
Jezus vertelt daar in Lukas 18 een verhaal over. Hij vertelt over een Farizeeër en een tollenaar die bij de tempel staan. Ondanks de verschillen hebben ze een aantal dingen gemeen. Ze staan allebei bekend om hun ijver: de één om zijn religieuze ijver, de ander om zijn ijver om geld te verdienen ten koste van anderen. Ze zijn allebei religieus: ze gaan naar de tempel en ze bidden. En allebei houden ze zich bezig met de vraag: ben ik een goed mens? Doe ik het goed? Kan God en ook ikzelf tevreden zijn met hoe ik leef? Vragen die heel herkenbaar zijn, die ook ons bezig houden. Maar waar vindt je een antwoord op die vragen?
Misschien probeer jij ook antwoord te krijgen op die vragen door jezelf met anderen te vergelijken. Als je eerlijk naar jezelf kijkt is er heus wel het één en ander op je aan te merken. Maar ‘gelukkig’ zijn er altijd nog mensen die het er slechter vanaf brengen dan jij. Daardoor voel je je toch weer iets beter (of minder slecht dan anders het geval was geweest). En dan kun je zelfs denken: Goddank, dat ik niet zo ben of doe of denk of praat of leef als hij/zij!
Dat is hoe de Farizeeër in Jezus’ verhaal bezig is. Hij vergelijkt zichzelf ook met een ander. En hij is ook opgelucht en blij dat hij niet zulke slechte dingen doet als die ander die andere mensen gebruikt, oneerlijk behandelt en/of geld aftroggelt. Daar bedankt hij God voor. En hij bedenkt dat het hem lukt om vaak en serieus te bidden, en dat hij veel geld aan goede doelen geeft. Hij beseft dat hij het best aardig doet. Daar is hij blij mee. Dat stelt zijn geweten gerust: God zou ook wel tevreden over hem zijn. Hij was ervan overtuigd dat hij goed genoeg leefde om in de hemel te mogen komen. Hij had tenminste geen verkeerde keuzes gemaakt in zijn leven!
De tollenaar in Jezus’ verhaal is ook bezig met zichzelf vergelijken. Hij wist dat veel mensen negatief over hem dachten en praatten; dat ze hem minachtten vanwege zijn werk voor de gehate Romeinse bezetter en omdat mensen zoals hij teveel geld vroegen om zichzelf te verrijken. Maar het verschil met de Farizeeër is dat te tollenaar niet met anderen bezig is. In zijn gebed draait het maar om één ding: hoe kijkt God naar mij? Wat vindt God van mijn gedrag en mijn keuzes? Is God tevreden met mij? Want hij weet: ik kan wel iets vinden van anderen en van mijzelf, maar het enige wat telt is hoe God mij beoordeelt en wat God van mij vindt. En hij beseft dat hij niet door die keuring komt; dat hij niet zoveel van God en de mensen om hem heen houdt als God hem opdraagt. Hij beseft dat hij niet voor de heilige God kan bestaan, dat hij niet zomaar in Gods nabijheid kan komen. Daarom blijft de tollenaar op een afstand staan (vers 13). Hij durft zelfs zijn ogen niet naar God op te heffen (zoals een kind zijn/haar vader of moeder niet aan durft te kijken als het stout is geweest). Hij slaat op zijn borst, om te onderstrepen dat hij het erg vindt wat hij God heeft aangedaan en dat hij daar berouw over heeft. Hij weet dat hij geen recht heeft op Gods vergeving. Maar hij verlangt maar één ding; dat het weer goed komt tussen hem en God. Daarom smeekt hij: ‘O God, wees mij, de zondaar, genadig.’
Jezus zei dat God het gebed van deze man aanvaardde en hem genadig al zijn zonden vergaf. Maar Jezus zei dat die andere man niet door God werd vergeven en aanvaard. Want wie zichzelf verhoogt (denkt goed genoeg te zijn voor God en de hemel), die zal door God vernederd worden (geen genade ontvangen en niet in de hemel komen), zegt Jezus. Waarom? Omdat je alleen bij God in de hemel kunt komen als God naar je kijkt zoals Hij naar Jezus kijkt. Maar als je kijkt naar Jezus en jezelf met Jezus vergelijkt, zul je zien dat je enorm tekortschiet.
Dat is heilzaam, bedoeld om je ertoe te brengen dat je gaat bidden: ‘Heere, wees mij de zondaar, om Jezus’ wil genadig!’ En dan gebeurt het wonder: God aanvaard je ondanks je zonden! Hij vergeeft je vanwege Jezus! Omdat Jezus alles goed heeft gedaan en het voor ons goed heeft gemaakt. En dan kijkt God naar je, alsof je net zo volmaakt goed bent als Jezus. En van daaruit mag je leven. Dat maakt vrij en geeft verwondering en dankbaarheid en helpt je om niet meer bezig te zijn met wie jij bent en hoe jij overkomt, of jij wel goed genoeg bent. Het gaat dan alleen nog maar om Jezus, en om hoe God in Jezus naar je kijkt.

Ds. J. Speksnijder