Ga naar de inhoud

Ten slotte

‘Toen hij dat hoorde, werd hij diepbedroefd’ (Luk. 18:23). Het gebeurde op de weg van Amersfoort naar Zwolle. Al vanuit de verte was hij te zien, die prachtige roofvogel. Hij bewoog zijn vleugels, maar verplaatste zich niet. Bidden, noemen ze dat, stilstaan voor het eten. Opeens schoot hij naar beneden. En het was raak. In de middenberm van de snelweg had hij zijn prooi te pakken. Wat het precies was, kon ik vanuit de auto niet goed te zien. Het was behoorlijk groot en zwaar. Het was te groot en te zwaar… Het wegvliegen met de prooi viel niet mee. Het snelle verkeer dat voorbij raasde, de prooi die tegenspartelde. En toen gebeurde het. Een grote vrachtwagen maakte een einde aan het leven van de valk en zijn prooi… De veren vlogen in het rond. De volgende kilometers ben je in gedachten verzonken. Je denkt aan die roofvogel, aan die prooi, aan dat blijven vasthouden, aan de dood die daarvan het gevolg is. Ik moest opeens denken aan dat verhaal van die rijke jongeling. Een man van wie geschreven staat dat, toen Jezus hem zag, Hij hem lief kreeg. Hij hoorde van de Heere Jezus dat hij alles moest loslaten. Hij kon het niet en ging bedroefd heen… En hoe zit dat bij ons? Bezittingen, mensen, gewoonten, wat houd je allemaal niet vast in dit leven? Soms heel krampachtig. Moet ik dat loslaten, daarmee stoppen…? Geen denken aan! En dan zie ik weer die vogel. Met alle kracht probeerde hij omhoog te komen. En toen die knal. Wat mag je vasthouden? Misschien is het antwoord wel: Je moet die dingen loslaten die de weg naar Boven blokkeren. Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad